Wist je dat ook sluizen en bruggen ‘kunstwerken’ worden genoemd in de bouwkunde? De sluis van Boortmeerbeek is daar een mooi voorbeeld van. Dit indrukwekkende waterbouwkundige werk maakt deel uit van de vijf sluizen op het kanaal Leuven – Mechelen, samen met die van Zennegat, Battel, Kampenhout en Tildonk. Met een lengte van 52 meter en een breedte van 7,75 meter helpt deze sluis boten een hoogteverschil van 2,70 meter te overbruggen.
De sluizen op de Leuvense Vaart zijn schutsluizen uit de 18e eeuw. Ze werken met een slim systeem van scharnierende deuren in een V-vorm, die zich vanzelf sluiten door de waterdruk. Dit type sluis werd oorspronkelijk ontworpen door Fioravanti da Bologna en wordt vooral gebruikt bij kleinere sluizen. Opvallend is dat alle puntdeuren op de Leuvense Vaart naar Leuven gericht zijn, omdat de waterdruk daar het grootst is.
De sluis van Boortmeerbeek behoort tot het ‘buiktype’, wat verwijst naar de halfronde uitsparingen in de zijwand. Hierdoor konden vroeger twee kleine schepen tegelijk versassen. Door haar historische waarde werd de sluis op 5 juli 1996 beschermd als monument.
Het kanaal Leuven – Mechelen zelf werd aangelegd tussen 1750 en 1753, een periode waarin de Oostenrijkers in onze regio regeerden en heel wat infrastructuurwerken werden uitgevoerd. Dit kanaal was van groot economisch belang: het verbond Leuven met de Rupel en zorgde ervoor dat zware goederen efficiënt over water konden worden vervoerd – de enige optie vóór de komst van de spoorwegen in de 19e eeuw.
Tot 1934 lag er geen brug op deze locatie en moesten voetgangers en voertuigen het kanaal oversteken via een ponton. Hier komt dan ook de naam ‘Pontstraat’ vandaan. De basculebrug die later werd aangelegd, werd in 1998-1999 vernieuwd en kreeg een opvallend kleurrijk bedieningsgebouw.
Vandaag blijft de sluis van Boortmeerbeek een fascinerend stukje geschiedenis, dat nog steeds een belangrijke rol speelt in de waterhuishouding van het kanaal.